Skip to main content

Onderwijsvisie Academie Antroposofische Gezondheidszorg

Onderwijsvisie & Didaktiek

De scholing van de Academie wil dienend zijn aan een heel complete zorg.

De visie van de antroposofische gezondheidszorg biedt het kader voor onze scholing en didactiek. Kernaspecten van deze zorg zijn: een spirituele visie gericht op de ontwikkeling van het individu, op versterking van de gezondheidskrachten en vitaliteit, heel de mens en interdisciplinair van aard.

VISIE OP SCHOLING
  • Waarneming versterken

  • ervarend leren

  • kunstzinnig

  • spiritueel

  • integratief.

MISSIE
Door interdisciplinaire samenwerking en scholing beter worden!
 

Leidende gezichtspunten van de scholing binnen de Academie Antroposofische Gezondheidszorg

  1. De Academie wil een scholingsvorm en een opleidingsinhoud presenteren die meerdere doelen dient. Deze ontwikkelingsdoelen vormen een geïntegreerd geheel en zijn te onderscheiden in:
a. Antroposofische beroepsontwikkeling
Een oriëntatie op en verruiming van de zorg door antroposofische gezichtspunten. Het betreft alle betrokkenen in de zorg, dus ook in management en facilitaire diensten.

b. Individuele ontwikkeling
De inhoud en methodiek richten zich op de cursist als persoon. Naast oriëntatie bieden we ook de mogelijkheid tot kennisontwikkeling en verdieping en zelfreflectie. Daarbij gaan persoonlijke, ontwikkeling en professionalisering hand in hand.
 
c. Samenwerkings-ontwikkeling
Antroposofische zorg floreert bij uitstek in samenwerkingsverbanden. Dit wordt gefaciliteerd door interdisciplinariteit en samenwerking.
2. Ontwikkelingsleren als uitgangspunt
a. De inhoud en de vorm van het onderwijs dienen de eigen-ontwikkeling van de deelnemers. De vraag daarbij is: “wat kunnen wij de deelnemer bieden om de eigen ontwikkelingsvraag in een nieuwe fase te brengen?”, zowel professioneel, als individueel.
b. Binnen de bestaande thema’s en opbouw, is ruimte om in te gaan op de individuele behoefte
en of thema’s die in de groep leven.
c. Het gaat erom elke cursist aan te moedigen een ‘eigen antroposofie’ te ontwikkelen met behulp van het gebodene.
d. De persoonlijke kwaliteiten van de cursisten als zorgverlener worden bevorderd en praktisch bruikbaar gemaakt.
e. Oefeningen worden aangereikt om de mogelijkheid tot innerlijke scholing aan te bieden en hierover uit te wisselen.

3. Fenomenologie als methode
De cursisten maken kennis met de fenomenologie als wetenschappelijke methode aan de hand van waarnemingsoefeningen en begripsontwikkeling in de praktijk. Het verschil met het gangbare causaal-analytische denken en doen in de huidige gangbare wetenschap kunnen de cursisten zich bewust worden.
a. Leren waarnemen.
b. Leren beleven aan de dynamiek van de waarneming.
c. Leren betekenis geven (denken).
d. Wat spreekt eruit? Wat is wezenlijk?
e. Dwars op je zelf leren kijken: jezelf leren kennen in het waarnemen en betekenis geven.

4. Ervarend leren
a. Het streven is om eerst een ervaringsinhoud te brengen, voordat er antroposofisch conceptuele begrippen (zoals bijvoorbeeld de vier wezensdelen , levensprocessen, etc.) gehanteerd worden. Om zo het evidentie-beleven te wekken. Dit ter bevordering van een eigen en authentiek ‘verstaan’ van antroposofie.
b. Van de bedoelde inhouden (wezensdelen, levensprocessen, etc.) worden voorbeelden gegeven van hun zichtbare werkzaamheid, zo mogelijk afkomstig uit de zorgpraktijk.
5. Leren als zelfreflectie en reflectie op natuur en mens
a. Het principe van ‘inzicht in de mens door inzicht in de natuur’ en vice versa, als methodische leidraad en handreiking.
b. Zelfreflectie door het leren aan de hand van de zeven leerprocessen en [het] schrijven van [een] portfolio.
6. De rol van de kunsten
a. Het leerproces moet de hele mens betreffen De kunsten zijn daarom in de cursus een
integraal onderdeel van het leerproces. De cursisten kunnen denkend, waarnemend,
voelend en bewegend ervaren waar het om gaat en vanuit directe ervaring thema’s
verwerken.
7. Integratie en interdisciplinariteit
a. Integratie van ‘reguliere’ en ‘antroposofische’ kennis en ontwikkeling is een essentieel aspect van de leerweg. Cursisten leren inzien dat het om een integratieve ontwikkeling van de zorg gaat.
b. Het onderwijs is multi- en waar mogelijk interdisciplinair. Het is gericht op uitwisseling en het samenwerken in een patiëntgerichte zorg. Ook beroeps-specifieke aspecten komen daarbij in de scholing aanbod.
c. Interdisciplinariteit wordt verder ontwikkeld door doelgerichte samenwerking van de beroepsgroepen die het onderwijs dragen en ontwikkelen.